Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
(traduzione della Prof.ssa Patrizia Hoetjes-Nanni e della Prof.ssa Claudia de Waard)
De woorden, onderverdeeld per hoofdstuk, staan vermeld in de volgorde waarin ze voorkomen en
onder vermelding van het gedeelte en het subgedeelte waarin ze voorkomen. Wanneer de
lettergreep waarop het accent valt niet op de een na laatste lettergreep valt of in geval van
twijfel, wordt het accent aangegeven met een streepje onder de lettergreep (bijvoorbeeld:
dialogo, farmacia).
Abbreviazioni:
avverbio (avv.)
femminile (f.)
maschile (m.)
singolare (sg.)
plurale (pl.)
infinito (inf.)
passato prossimo (p.pr.)
participio passato (p.p.)
Prima di... cominciare
Libro dello studente
1
comunicazione:
communicatie
una prima volta: een
eerste keer
prendere appunti:
aantekeningen maken
funzione, la: functie
parere, il: mening
rifiutare: weigeren
rammarico: spijt
2
opportuno: geschikt
svolgere (p.p. svolto):
uitvoeren
correttamente (avv.):
juist, correct
ripassare: herhalen
di ieri: van gisteren
inaugurazione: opening
dare una mano: een handje
helpen
spostare: verplaatsen
offendere (p.p. offeso):
beledigen
3
a vicenda: om de beurt
in seguito: vervolgens
ognuno di voi: ieder van
jullie
riferire: vertellen
5
e così via: enzovoorts
6
confrontare: vergelijken
genere, il: genre, geslacht
cinematografico: filmstanza: kamer
Afkortingen:
bijwoord (bijw)
vrouwelijk (vr)
mannelijk (m)
enkelvoud (enk)
meervoud (mv))
infinitief, hele werkwoord (ww)
voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)
voltooid deelwoord (v.dw.)
7
fratellino: broertje
a un certo punto: op een
gegeven moment
accompagnare:
wegbrengen, begeleiden
stava piangendo: was aan
het huilen
convincere (p.p. convinto):
overtuigen
restituire: teruggeven
ovviamente (avv.):
duidelijk
farsi sentire: van zich laten
horen
accontentare: tevreden
stellen
neanche (avv.): ook niet
colpa: schuld
insistere (p.p. insistito):
erop staan, volharden
in fondo: eigenlijk
8
per iscritto: schriftelijk
passante: passant
verificare: controleren
UNITÀ 1 Esami... niente
stress!
Libro dello studente
stress, lo: stress
Per cominciare
1
scambiarsi: uitwisselen
materia: materiaal
ritenere: achten, vinden
atlante, l’ (m.): atlas
geografico: geografisch
letteratura: literatuur
Edizioni Edilingua
algebra: algebra
evoluzione: evolutie
fisica: natuurkunde
manuale, il: handleiding
3
gridare: schreeuwen
servire: dienen, nodig zijn
magari (avv.): misschien
prestare: lenen
sfogliare: doorbladeren
fotocopiare: kopiëren
In questa unità...:
incredulità: ongeloof
rassicurare: geruststellen
complimentarsi:
complimenteren
pronomi combinati:
gecombineerde
voornaamwoorden
interrogativi: vragende
voornaamwoorden
A1
che c’è?: wat is er?
superare: halen
caspita!: dat is niet mis!
assolutamente (avv.):
absoluut
non ci credo: ik geloof het
niet
solo che arrivi tardi: je
komt er alleen een beetje
laat mee
accidenti!: potverdorie
come faccio?:hoe moet dat
nu?
grazie lo stesso: toch
bedankt
la parte sul Romanticismo:
het deel over de Romantiek
Romanticismo: Romantiek
trentina: dertigtal
1
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
mi raccomando: denk
eraan!
giusto il tempo di: alleen
de tijd om
fotocopiarle: ze te
kopiëren
dare indietro: teruggeven
A2
rivolgersi (p.p. rivolto):
zich wenden tot
risolversi (p.p. risolto):
aflopen
A3
contrarietà: weerstand,
afkeer
A4
accontentarsi (di): zich
tevreden stellen met
anzi: integendeel, sterker
nog
copia: kopie, afschrift
pubblicare: publiceren
A6
riferirsi (a): betreffen
A7
trasformarsi: veranderen
rivedere (p.p. riveduto/
rivisto): terugzien
consultare: raadplegen
aggiunta: toevoeging
con esso: hiermee
B2
comportamento: gedrag
si figuri!: stelt u zich voor!
B3
calpestare: betreden
distratto (inf. distrarre):
afgeleid
addosso (avv.): op de rug
B4
sostiene l’esame: een
examen doorstaan/doen
sostenere: doorstaan,
ondersteunen
dunque: dus
poeti minori: minder
belangrijke dichters
minore: minder
capitolo: hoofdstuk
andare avanti: doorgaan,
vooruitgaan
informato: geïnformeerd
mandare via: wegsturen
frequentare: volgen (van
les)
tentare (di): proberen om
copiare: kopieëren
B6
cornice, la: lijst
tempo fa: een tijd geleden
parecchio: tamelijk (veel)
precedere: voorafgaan
fare parte (di): deel
uitmaken van
B7
permesso: toestemming
C1
dove cavolo... ?: waar in
hemelsnaam?
cavolo: kool
mettersi (con): verhouding
krijgen met
ha vinto al totocalcio:
hij/zij heeft gewonnen bij
de lotto
fare visita: een bezoek
brengen
ex: ex
fidanzarsi: zich verloven
tanto ormai non me ne
frega più niente!: het
interesseert me nu niet
meer!
fregarsene:het zich
aantrekken
C3
reagire: reageren
riportare: vermelden,
terugvoeren
conoscente: kennis
annullare: ongedaan maken
torinese: uit/van Turijn
in vista: in het vooruitzicht
a rischio: in gevaar
D1
tipo: type
D2
dipendere (da) (p.p.
dipeso): afhangen van
D3
significativo: betekenisvol
D4
esami di maturità:
middelbare school examen
bovenbouw
maturità: rijpheid
coincidere (p.p. coinciso):
samenkomen
tesina: werkstuk
commovente: ontroerend
incubo: nachtmerrie
per quanto riguarda: voor
wat betreft
riguardare: betreffen
preparazione:
voorbereiding
terribile: verschrikkelijk
consegnare: overhandigen
compito: opdracht,
huiswerk
Edizioni Edilingua
in bianco: blanco, leeg
inutile: nutteloos
incorniciare: omlijsten
foglietto: blaadje, briefje
regalo di nozze:
huwelijkscadeau
nozze, le: huwelijk
distaccato: losgemaakt, los
gekomen
rispetto ai miei compagni:
t.o.v. mijn vrienden
in pratica: in de praktijk
limitarsi (a): zich beperken
tot
rendersi conto (di): zich
rekenschap geven van
terrorismo: terrorisme
nell’aria: lucht
terrorizzato (inf.
terrorizzare): terroriseren
portafortuna, il:
geluksvoorwerp
D6
di nascosto: stiekem
E1
dipartimento: afdeling
frequenza: (hier)
aanwezigheid
prova: toets, examen
esami di ammissione:
toelatingsexamens
ammissione: toelating
facoltà: faculteit
obbligatorio: verplicht
ingresso: toegang, ingang
sono previsti: zijn voorzien
italianistica: italianistiek
comprendere (p.p.
compreso): bevatten,
inhouden
E2
odontoiatria:
tandheelkundd
ingegneria: technische
studie
giurisprudenza: rechten
chirurgo: chirurg
E4
organizzazione: organisatie
materiale, il: materiaal
informativo: informatief
poiché: omdat
considerare: beschouwen
una delle migliori: een van
de beste
non ne vuole sapere:
hij/zij wil er niet van weten
distanza: afstand
mettere a rischio: in
gevaar brengen
2
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
relazione: relatie
E5
intenzione: bedoeling
studentesco: studentikoos
Conosciamo l’Italia
La scuola...
asilo nido:
kinderdagverblijf
asilo: opvang
nido: nest
scuola materna:
kleuterschool
materno: van de moeder
scuola dell’obbligo:
leerplichtschool
obbligo: verplichting
scuola elementare:
basisschool
apprendere (p.p. appreso):
leren, begrijpen
nozione: basiskennis,
begrip
cultura generale: algemene
cultuur
cultura: cultuur
guaio: probleem,
moeilijkheid
scuola media:
middenschool
alunno: leerling
ottenere: verkrijgen
licenza media: diploma van
de middenschool
licenza: (hier)
schooldiploma
scuola media superiore:
bovenbouw havo/vwo
superiore: boven-,
superieur
scientifico: natuurprofiel
linguistico: talenprofiel
istituto: instituut
tecnico: technisch
professionale: beroepsdurata: duur
totalità: totaliteit, geheel
diploma di maturità, il:
diploma na havo/vwo
diploma, il: diploma
videolezione: videoles
rendere (p.p. reso): maken
(+ bijvoeglijk naamwoord)
maturo: rijp
...e l’università italiana
in possesso di diploma: in
het bezit van een diploma
possesso: bezit
di loro scelta: van hun
eigen keuze
a numero chiuso: numerus
fixus (latijn)
superamento: (het)
behalen, overwinnen
accesso: toegang
studio: studie
universitario: universitair
sovraffollato: overvol
percentuale: percentage
cosiddetto: zogenaamd
fuori corso: met vertraging
tesi di laurea, la:
afstudeerscriptie
tesi, la: scriptie
d’altra parte: anderszijds
nonostante: ondanks
staccato (inf. staccare):
verwijderd
mondo del lavoro:
arbeidswereld
occupazione: baan
variare: variëren
a seconda della facoltà:
afhankelijk van de faculteit
tuttavia: niettemin
laurea breve: (het) korte
afstuderen
specifico: specifiek
area: gebied
corsi di specializzazione:
specialisatiecursussen
dottorati di ricerca:
onderzoeksdoctoraten
ricerca: onderzoek
statale: staatsaccademico: academisch
politecnico: technische
universiteit/hogeschool
ateneo: universiteit
inferiore: minder
carente: karig, gebrekkig
tradursi (p.p. tradotto):
zich vertalen in
perdita di tempo:
tijdverlies
vantaggio: voordeel
svantaggio: nadeel
avere sede: plaats hebben
sede, la: plaats, zitting
maestoso: majestueus,
statig
Glossario
discutere (p.p. discusso):
bespreken
esame di laurea:
afstudeerexamen
ulteriore: nader, verder
ambito: omgeving
Edizioni Edilingua
Autovalutazione
riportare: terugbrengen
che classe fai?: in welke
klas zit je?
Appendice
grammaticale
allegro: blij
raccontare: vertellen
il perché: het waarom
Appendice situazioni
comunicative
A
intensivo: intensief
alloggio: logies, verblijf
escursione: excursie
B
super-intensivo: superintensief
supplementare: aanvullend
indicativo: indicatief
a persona: per persoon
stanza singola:
eenpersoonskamer
stanza doppia:
tweepersoonskamer
uso cucina: gebruik van
keuken
nei dintorni di Firenze: in
de omgeving van Florence
dintorni: omgeving
Quaderno degli esercizi
1
corrispondente:
overeenkomend
collana: ketting
6
magnifico: prachtig,
geweldig
9
diplomarsi: een diploma
halen
giocattolo: speeltje,
speelgoed
10
medicina:medicijn
farmacista: apotheker
13
borsa di studio: studiebeurs
14
fabbrica: fabriek
18
macchina fotografica:
fototoestel
fotografico: foto22
sociologo: socioloog
adolescente: jongere
3
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
media, i (sg. il medium):
media
UNITÀ 2 Soldi e lavoro
Libro dello studente
Per cominciare
1
sportello bancomat:
geldautomaat
sportello: loket
bancomat: bankpas,
geldautomaat
assegno: cheque
2
risparmiare: (be)sparen
3
conto corrente, il: lopende
rekening
fare la fila: in de rij staan
In questa unità...
formulare: formuleren
curriculum vitae, il:
curriculum vitae
pronomi relativi:
betrekkelijke
voornaamwoorden
costrutto: constructie
gerundio: tegenwoordig
deelwoord
A1
almeno (avv.): tenminste
sicuro: zeker
bancario: van de bank
pensato apposta per gli
studenti: juist beschikt
voor
studenten
apposta (avv.): precies,
juist
tipo?: van welk soort?
prima di tutto: op de
eerste plaats
evitare: vermijden
operazione: handeling
per telefono: per telefoon
via Internet: via internet
spiritoso: geestig
al contrario: integendeel
maniera: manier
conto in rosso: negatief
saldo hebben
A3
impiegata di banca:
bankmedewerkster
tasso d’interesse:
rentevoet
tasso: voet (econ.)
interesse, l’ (m.): rente
secondo: ten tweede
prelevare: trekken (geld)
automatico: automatisch
appunto (avv.): precies,
juist
funziona anche come
carta di credito: hij werkt
ook als creditcard
acquisto: aankoop
A5
indeclinabile:
onverbuigbaar
equivoco: misverstand
A6
trattoria: restaurant
A7
serio: serieus
A8
è sempre preceduto da...:
wordt altijd voorafgegaan
door
accompagnato da...:
samen met
A9
in base a...: op grond van
avere fiducia (in):
vertrouwen hebben in
caotico: chaotisch
B1
in disordine: in de
verkeerde volgorde
disordine, il: wanorde,
rommel
per curiosità: uit
nieuwsgierigheid
curiosità: nieuwsgierigheid
mutuo: hypotheek
altrimenti (avv.): anders
essere al verde: rood
staan, blut zijn
il fatto è che...: het is een
feit dat
B2
rivolgere una domanda:
een vraag stellen
rivolgere (p.p. rivolto):
zich wenden tot, stellen
B3
lasciarsi (con): uit elkaar
gaan
C
egregio: weledel, geacht
C2
spettabile: geacht
cortese: beleefd,
vriendelijk
in risposta all’annuncio: in
antwoord op de advertentie
apparire (p.p. apparso):
verschijnen
Edizioni Edilingua
desiderare: wensen
sottoporre (a) (p.p.
sottoposto): brengen (onder
de aandacht)
candidatura: kandidatuur
allegare: bijsluiten
maturare: rijpen, vervullen
didattica: didaktisch
adolescente: tiener,
jongere
esigenza: eis, noodzaak
prestigioso: prestigieus
in attesa di...: in
afwachting van
resto a Sua disposizione:
blijf ik tot uw beschikking
eventuale: eventueel
colloquio: gesprek
distinti saluti: hoogachtend
distinto: gedistingeerd,
voornaam
redazione: redactie
attualmente (avv.):
momenteel
fare riferimento: refereren
aan, verwijzen naar
riferimento: verwijzing
personalmente (avv.):
persoonlijk
C3
essa: deze
C4
tocca a voi: het is jullie
beurt
azienda: bedrijf
lettera di presentazione:
brief waarin je jezelf
presenteert
campo: gebied, sector
operare: werkzaam zijn
posto: baan, plek
editoria: uitgeverij
arredamento:
woninginrichting
ricoprire (p.p. ricoperto):
vervullen
responsabile vendite:
verkoopverantwoordelijke
formula: wijze, formule
apertura: opening
chiusura: afsluiting
ditta: bedrijf
porgere (p.p. porto):
(over)brengen
cordiale: vriendelijk
cordialmente (avv.):
vriendelijk
stima: hoogachting
fede, la: aldus, naar
waarheid
4
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
C5
proverbio: spreekwoord
C6
da sé: zelf, eigenhandig
pigliare: vangen
sano: gezond
alloggiare: verblijven,
overnachten
tesoro: schat
D
in bocca al lupo!: succes
D1
candidato: kandidaat
concorso: wedstrijd,
sollicitatieprocedure
deluso: teleurgesteld
D2
ciascuno: ieder afzonderlijk
ricerca: zoektocht,
onderzoek
nel senso che...: in die zin
dat
fare la domanda: een vraag
stellen
mesi e mesi: maanden en
maanden
il che: hetgeen
incoraggiante:
bemoedigend
concorso pubblico:
openbare
sollicitatieprocedure
in che senso... ?: in welke
zin
crepi!: ga toch weg! barst
maar!
crepare: barsten,
verrekken
D3
coloro: zij, degenen
E1
colloquio di lavoro:
sollicitatiegesprek
frequente: frequent
E3
nascita: geboorte
stato civile: burgerlijke
staat
stato: staat
civile: burgerlijk
celibe: vrijgezel (man)
istruzione: onderwijs
titoli di studio: diploma’s
voto: cijfer
votazione: beoordeling
informatico: de informatica
betreffende
sistema operativo:
operating
system
operativo: werk-,
operationeel
lavorativo: werk-, het werk
betreffende
E5
abbigliamento: kleding
ricercare: zoeken naar
addetto alle vendite:
belast met de verkoop
addetto: bevoegd, belast
pacchetti informatici:
informaticapakketten
preferibilmente (avv.): bij
voorkeur
affidabilità:
betrouwbaarheid
precisione: precisie
costituire: vormen
periodo di prova: proeftijd
assunzione: in dienst name
a tempo indeterminato:
voor onbepaalde tijd
indeterminato: onbepaald
via fax: via fax
assicurazioni:
verzekeringen
neolaureato: net
afgestudeerde
inserire: plaatsen,
opnemen
responsabile commerciale:
commercieel
verantwoordelijke
requisito: vereiste
età inferiore ai 29 anni:
leeftijd onder de 29 jaar
programmi informatici:
informatica-programma’s
preferenziale: voorkeursstudi legali:
advocatenkantoren
legale: juridisch, wettelijk
corsi specialistici:
specialistische cursussen
specialistico: specialistisch,
vakkennis betreffend
finanziario: financieel
tramite: via, door middel
van
aziendale: het bedrijf
betreffende
sezione: sectie, afdeling
opportunità: geschiktheid,
kans
compagnia: maatschappij,
gezelschap
F
in diretta: live
diretta: direkt,
rechtstreeks
Edizioni Edilingua
F2
imbarazzante: beschamend
scambiato per l’ospite:
verwisseling van de gast
scambiare: verwisselen,
uitwisselen
cardinale, il: kardinaal
Papa, il: Paus
accorgersi (di) (p.p.
accorto): bemerken
originario (di): afkomstig
uit
epocale: van een tijdvak
è finito: is terecht gekomen
telecamera:
televisiecamera
mondiale: wereldproporsi come tecnico:
zich voorstellen als
technicus
proporsi (p.p. proposto):
zich voorstellen
tecnico: technicus
all’improvviso: plotseling
stavo per allontanarmi: ik
stond op het punt om weg
te lopen
allontanarsi: zich
verwijderen
reception, la: receptie
quando un tipo: toen
iemand
seguire: volgen
di fretta: snel, haastig
per stargli dietro: om
achter hem aan te kunnen
blijven lopen
correndo correndo: al
rennende
camerino: kamertje, hokje,
kleedkamer
truccatore: persoon die
make-up verzorgt
al trucco: bij de make-up
trucco: make-up, trucje
dritto nello studio: meteen
door naar de studio
conduttrice: presentatrice
incertezza: onzekerheid
stare calmo: rustig blijven
calmo: rustig
licenziare: ontslaan
assumere (p.p. assunto):
aannemen
azzeccare: raken (raak
antwoord)
lì per lì: op dat moment
nel frattempo: ondertussen
lobby, la: lobby
monitor, il: monitor
5
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
comparire (p.p. comparso):
verschijnen
schermo: scherm
volto: gezicht
sconosciuto: onbekend
coerente: samenhangend
intervistatrice:
interviewster
l’equivoco si è sciolto:
misverstand is uitgekomen
sciogliersi (p.p. sciolto):
loskomen, uitkomen
accogliere (p.p. accolto):
ophalen
recarsi: zich vervoegen bij
disoccupato: werkloze
licenziamento: ontslag
in modo generico: op een
algemene manier
generico: algemeen, vaag
venire fuori: naar buiten
komen
incoerente:
onsamenhangend
F3
evidenziare: duidelijk
maken
aspetto: aspect
progressivo: progressief,
toenemend, voortdurend
prossimità: nabijheid
F4
fare quattro passi: een
korte wandeling maken
F5
storiella: verhaaltje
G1
definizione: definitie
tratte da un dizionario: uit
een woordenboek gehaald
commercialista:
administrateur
elettricista: electriciën
cuoco: kok
operaio: arbeider
riparare: repareren
installare: installeren
impianto: installatie
elettrico: electrisch
mestiere, il: beroep
scuola d’infanzia: school
voor kinderen
infanzia: kinderjaren,
kindertijd
professionista: vakman
amministrativo:
administratief
serve a tavola: bedient aan
tafel
servire: bedienen
provvedere (a): voorzien
in, zorgen voor
pulizie: schoonmaak
(werkzaamheden)
lavoratore: werknemer
dipendente: in dienst
manuale: hand-, handmatig
faticoso: vermoeiend
arte del cucinare: kunst
van het koken
sbrigare: afhandelen
corrispondenza:
correspondentie
G3
fissare: vastleggen,
afspreken
chiarimento: opheldering,
uitleg
G4
condizione: voorwaarde
ambiente, l’ (m.):
omgeving
in alternativa: als
alternatief
Conosciamo l’Italia
L’economia italiana
Il miracolo italiano
miracolo: wonder
economia basata su:
economie gebaseerd op
sull’agricoltura: op de
landbouw
agricoltura: landbouw
materie prime:
grondstoffen
piano Marshall: Marshallplan
finanziamento: financiering
sostegno: ondersteuning
ripresa economica:
economische heropleving
mettere in ginocchio: in de
problemen komen
realizzare: verwezenlijken
opere pubbliche: openbare
werken
autostrada: snelweg
consumo: consumptie
rinnovare: vernieuwen
manodopera: handarbeid
essere in grado (di): in
staat zijn om
esportare: exporteren
frigorifero: koelkast
lavatrice, la: wasmachine
tessile: textielsettore: sector
metalmeccanico:
metaalarbeidEdizioni Edilingua
petrolchimico:
petrochemisch
senza precedenti:
ongekend, weergaloos
“boom” economico:
economische “boom”
accentuare: verduidelijken
squilibrio:
onevenwichtigheid, verschil
decina: tiental
migliaia, le (sg. il migliaio):
duizenden
emigrare: emigreren
industriale: industriecassa: fonds, kassa
Mezzogiorno: Zuid-Italië
istituire: instellen,
oprichten
favorire: bevorderen
L’economia oggi
uno dei paesi più
sviluppati
al mondo: één van de
meeste ontwikkelde landen
ter wereld
creatività: creativiteit
affermarsi: bevestigd
worden
macchinario: machinerie
motocicletta: motor(fiets)
elettrodomestico:
elektrisch huishoudelijk
apparaat
design, il: design
pneumatico: (auto)band
salumi, i (sg. il salume):
vleeswaren
capo: kopstuk, kledingstuk
calzature: schoeisel,
schoenen
accessorio: accessoire
di alta qualità: van hoge
kwaliteit
servizi: dienstverlenend
occupare: bezig houden
popolazione: bevolking
tra l’altro: onder andere
telecomunicazione:
telecomunicatie
elemento: element,
onderdeel
quest’ultima: deze laatste
di proprietà: eigendom van
Belpaese, il: Italië
ammirare: bewonderen
tesori d’arte:
kunstschatten
bellezze naturali:
natuurlijke schoonheden
fiera: beurs
6
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
colosso: kolos, reus
appartenere (a):
toebehoren aan
trasformazione:
transformatie, verandering
segnale, il: signaal
verificarsi: zich voordoen
risorse naturali: natuurlijke
bronnen
risorsa: bron
a livello europeo: op
Europees niveau
costoso: duur
marchio: merk
portale, il: poort
promuovere (p.p.
promosso): bevorderen
lasciare il segno: een teken
achterlaten
segno: teken
forte presenza: stevige
aanwezigheid
presenza: aanwezigheid
segreto: geheim
Glossario
sostanza: substantie, stof
petrolio: olie
ferro: ijzer
legno: hout
edificio: gebouw
funzionamento: het
functioneren
industria: industrie
umano: van de mens
stoffa: stof
mettere in evidenza:
duidelijk maken
evidenza: duidelijkheid
fondare: stichten,
oprichten
gomma: (auto)band
veicolo: voertuig
settore terziario: tertiaire
sector
esposizione: expositie
salone, il: salon
mostra-mercato, la: markttentoonstelling
Autovalutazione
non vedere tutto nero:
niet alles zwart zien
decennio: decennium
versare: overmaken, gieten
mettere soldi da parte:
geld apart/opzij leggen
mole, la: gevaarte
Appendice grammaticale
facoltativo: facultatief
legato (inf. legare):
gehecht
complemento di
specificazione:
specificerende bepaling
concordare: overeenkomen
ammettere (p.p.
ammesso): toelaten
oltre il termine previsto:
buiten de gestelde termijn
oltre: buiten, voorbij, over
termine, il: termijn
elenco: lijst
valere (p.p. valso): waard
zijn
affrettarsi (a): zich haasten
compiere: vervullen, tellen
(van jaren)
avvertire: waarschuwen
Appendice situazioni
comunicative
A
master, il: masterdiploma
tecnologia: technologie
ottimo: zeer goed
tirocinio: stage
membro: lid
staff, lo: staf
studi di registrazioni:
opname-studio’s
registrazione: opname,
registratie
audio-visivo: audio-visueel
traccia: spoor
B
essere disposto (a): bereid
zijn tot
Quaderno degli esercizi
4
contare (su): rekenen op
11
notevole: aanmerkelijk,
behoorlijk
13
beato...: gelukkig zij ......
sa il fatto suo: hij/zij kent
zijn/haar zaakjes
19
a tempo pieno: full-time
in riferimento a...: met
betrekking tot
a pieni voti: met de hoogst
mogelijke cijfers
conseguire: behalen
competenza: vakkennis
20
prepagare: vooruit betalen
Edizioni Edilingua
Test finale
A
mammone, il:
moederskindje
precario: onzeker, tijdelijk
UNITÀ 3 In viaggio per
l’Italia
Libro dello studente
1
località: plaats
viaggio di nozze:
huwelijksreis
culturale: cultureel
4
stipendio: salaris
altissimo: zeer hoog
spostamento: verplaatsing
In questa unità...
paragone, il: vergelijking
dare giudizi: meningen
geven
giudizio: mening
turistico: toeristisch
lessico: woordenschat
relativo a...: met
betrekking tot
alberghiero: hotelcomparazione: vergelijking
grado: graad
farcela: het redden
andarsene: weggaan
A1
numerare: nummeren
vivace: levendig
fare a meno (di): zonder
kunnen
già: precies
meno (avv.): minder
non ti resta che Firenze:
dan resteert je slechts
Florence
impersonale: onpersoonlijk
dai: kom op
città d’arte: kunststad
la pensi così: je er (zo)
over denkt
rinunciare (a): afzien van
casa, dolce casa: oost
west, thuis best
quanto: net als, zoals
spostarsi: zich verplaatsen
vaporetto: veerboot
il massimo: summum
ospitale: gastvrij
frenetico: gejaagd
per di più: bovendien
7
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
fa un freddo cane: het is
steenkoud
catena: keten
A2
intendere (p.p. inteso):
bedoelen
sopportabile: te verdragen
sopportare: verdragen
punto di vista:
gezichtspunt
alternativa: alternatief
A3
indeciso: besluiteloos
vivo: levendig
prendere in
considerazione: in
overweging nemen
considerazione:
overweging
rischiare (di): riskeren (om)
A4
declinarsi: verbuigen
A6
confronto: vergelijking
comparativo: vergelijking
maggioranza: vergroting
minoranza: verkleining
uguaglianza: gelijkheid
A7
magro: mager, dun
comodo: gemakkelijk,
gerieflijk
A8
osservazione: waarneming,
opmerking
abitante: inwoner
esattezza: juistheid
superficie, la (pl. le
superfici): oppervlakte
B
torinese: uit Turijn
B1
mentalità: mentaliteit
B2
metà: helft
viceversa (avv.): viceversa
sindaco: burgemeester
sono pazzo di Agrigento: ik
ben gek op Agrigento
pazzo: gek
costiera: kustlijn
adorare: adoreren
meridionale: van het
zuiden
settentrionale: van het
noorden
di origini calabresi: van
Calabrese origine
calabrese: uit Calabrië
piemontese: uit Piemonte
sangue, il: bloed
siciliano: uit Sicilië
ho parenti sparsi lungo
tutta la penisola: ik heb
familie verspreid langs het
hele schiereiland (Italië)
spargere (p.p. sparso):
verspreiden
lungo: langs
scrittrice: schrijfster
è una parte di me: is een
deel van mij
spirito: geest
emozione: emotie
affascinare: fascineren
fermo: stilstaand
guidare: rijden
semaforo: stoplicht
privacy, la: privacy
garantire: garanderen
chiunque: eenieder
a ogni ora: op elk tijdstip
insomma (avv.): kortom
terribilmente (avv.):
vreselijk
veneziano: uit Venetië
si lascia guidare: laat zich
leiden
godere (di): genieten van
B4
furbo: sluw
recitare: opzeggen,
voordragen
verdura: groente
B5
chef: chef
attraente: aantrekkelijk
B6
riquadro: vak, vlak
sardo: Sardijn
palermitano: Palermitaan
milanese: Milanees
lombardo: Lombardisch
emiliano: Emiliaan
molisano: Molisaan
C1
criterio: criterium,
maatstaf
C2
immerso nel verde:
ondergedompeld in het
groen
immergere (p.p. immerso):
onderdompelen
immenso: immens
campeggio: camping
parcheggio: parkeerplaats
C3
menzionare: noemen
satellitare: satelietEdizioni Edilingua
mini bar, il: mini-bar
frigobar, il: koelkast
aria condizionata: airco
C4
matrimoniale:
tweepersoons
con vista sul parco: met
uitzicht op het park
chiede indicazioni su
come arrivare: hij/zij
vraagt informatie over hoe
er te komen
C5
quanto possibile: voorzover
mogelijk
C6
raggiungere (p.p.
raggiunto): bereiken
esclusivo: exclusief
auditorium, l’ (m.):
auditorium
attrattiva: trekpleister
situato: gelegen
residenziale: woonatmosfera: sfeer,
atmosfeer
rilassante: ontspannen
spuntino: tussendoortje
sala riunioni: vergaderzaal
riunione: vergadering
capienza: capaciteit
Grande Raccordo Anulare:
grote ringweg/randweg
raccordo: verbindingsweg
anulare: ringproseguire: verdergaan
ristrutturare: opknappen
rapido: snel
collegamento: verbinding
punti di interesse:
interessante plekken
prima colazione a buffet:
ontbijtbuffet
prima colazione: ontbijt
buffet, il: buffet
torte fatte in casa:
huisgemaakte taarten
gratuitamente (avv.): gratis
su richiesta: op aanvraag
garage, il: garage
rete, la: net
doccia: douche
idromassaggio:
hydromassage
con sauna convenzionata:
(hier) met sauna erbij
sauna: sauna
convenzionare:
overeenkomen
8
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
C7
pernottare: overnachten
D1
prezioso: kostbaar
superlativo relativo:
betrekkelijk overtreffende
trap
D3
fumetto: strip
D4
superlativo assoluto:
absoluut overtreffende trap
D5
signoria: (hier) regering
grandezza: grootsheid,
grandeur
monumentale: monumental
Nettuno: Neptunus
capolavoro: meesterwerk
raccolta: verzameling
straordinario: zeer
bijzonder
cittadino: inwoner
incantare: betoveren
fiorentino: Florentijn
salvare: redden
medievale: Middeleeuws
stradina: straatje
bottega: winkeltje,
werkplaats
artigiano: ambachtsman
aperte sulla via: geopend
op straat
malinconia: heimwee
ovunque (avv.): overal
scoprire (p.p. scoperto):
ontdekken
tetto: dak
antenna: antenne
D6
paragrafo: paragraaf
D7
cattivo: slecht
peggiore: slechter
guadagno: verdienste, (het)
verdienen
più alti del previsto: hoger
dan voorzien
aspettativa: verwachting
D8
misura: maatregel
polizia stradale:
wegenpolitie
responsabilità:
verantwoordelijkheid
E2
soggiorno: verblijf,
woonkamer
pernottamento:
overnachting
ricevimento: ontvangst,
receptie
volo: vlucht
bagaglio: bagage
guida: gids
meta: doel
E5
invitante: uitnodigend
brochure, la: brochure
deludente: teleurstellend
esporre (p.p. esposto):
uiteenzetten
affrontare: tegenkomen,
het hoofd bieden
ospitalità: gastvrijheid
professionalità:
professionaliteit
personale, il: personeel
Conosciamo l’Italia
Roma
eterno: eeuwig
impero: rijk
antichità: oudheid
estendersi (p.p. esteso):
zich uitstrekken
riva: oever
fiume, il: rivier
Tevere, il: Tiber
contare: tellen
splendido: prachtig
metropoli, la: metropool
ore di punta: spitsuur
ordinario: gewoon, normaal
innumerevole: ontelbaar
meritare: verdienen
foro: forum
religioso: religieus
politico: politiek
vi si trovano: er bevinden
zich
rovine: ruïnes
templi, i (sg. il tempio):
tempels
palazzo: paleis
epoca: tijdperk
anfiteatro: amfitheater
isola pedonale: gebied voor
voetgangers
pedonale: voetgangerpunti di ritrovo: punt van
samenkomst
piacevole: plezierig, prettig
animato: levendig
frequentatissimo:
veelvuldig bezocht
deve il suo nome a...:
dankt zijn/haar naam aan
ambasciata: ambassade
enorme: enorm
Edizioni Edilingua
scalinata: monumentale
trap
trinità: drie-eenheid
monte, il: berg
grandioso: groots,
grandioos
gettare: gooien
moneta: munt
fare ritorno: terugkeren
basilica: basiliek
circondare: omringen
portico: zuilengang
pietà: barmhartigheid
cappella: kapel
indipendente:
onafhankelijk
catacomba: catacombe
terme: badhuis
Glossario
governare: regeren
imperatore: keizer
pratiche religiose:
religieuze verrichtingen
riservare: reserveren
tutt’intorno: helemaal
rondom
impressionare: imponeren
sotterraneo: ondergronds
cristiano: christen
cimitero: begraafplaats
pregare: bidden, verzoeken
disporre (di) (p.p.
disposto): beschikken over
Milano e Bologna
fertile: vruchtbare
Borsa Valori: effectenbeurs
efficiente: efficient
inevitabile: onvermijdelijk
trasferirsi: verhuizen
urbano: stads-, stedelijk
rappresentativo:
representatief
senz’altro: zonder meer
gotico: gotisch
cattedrale, la: kathedraal
celebre: beroemd
lirico: lyrisch, van
operamuziek
un tempo: ooit, vroeger
residenza: woonplek
duchi, i (sg. il duca):
hertogen
dal vivo: in het echt
cenacolo: cenakel, kring,
plaats van samenkomst
convento: klooster
naviglio: bevaarbaar kanaal
gastronomico:
gastronomisch
9
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
rinomato: gerenommeerd,
beroemd, vermaard
varietà: varieteit
torre, la: toren
pendente: hangend
andare a spasso: uit
wandelen gaan
Glossario
colonnato: met zuilen
andare in scena: opgevoerd
worden
Venezia e Napoli
canale, il: kanaal
suggestivo: suggestief,
fascinerend
sospiro: zucht
condannato: veroordeelde
sospirare: zuchten
sott’acqua: onder water
affondare: wegzakken,
zinken
lentamente (avv.):
langzaam
centimetro: centimeter
meraviglioso: fantastisch
sorgere (p.p. sorto):
verrijzen, opkomen
veneto: Venetiaans
bizantino: Byzantijns
intervento: ingrijpen,
interventie
traccia: spoor
romanico: Romaans
rinascimentale:
renaissanceducale: van de hertog
gloria: glorietijd
doge, il: doge
Repubblica marinara:
Republiek van de zee
morire (p.p. morto):
sterven
golfo: golf, baai
ai piedi: aan de voet
vulcano: vulkaan
regno: rijk
glorioso: befaamd,
beroemd
testimonianza: bewijs
affascinante: fascinerend
aperto: open, geopend
dialetto: dialect
musicale: muzikaal
grave: zwaar
disoccupazione:
werkloosheid
criminalità: criminaliteit
Glossario
emozionante: aangrijpend
stupito: verbaasd
orgoglio: trots
autorità: autoriteit
Autovalutazione
a due letti: met twee
bedden
la maggior parte: het
grootste deel
a quattro stelle: met vier
sterren
Appendice
grammaticale
di già: nu al
in gamba: goed (in wat je
doet)
pessimo: zeer slecht
minimo: min mogelijk
Appendice situazioni
comunicative
A
mezza pensione: half
pension
B
sistemazione: verblijf
tappa: stopplaats
accoglienza: ontvangst
imperiale: van de keizers
aperitivo: aperitief
visita guidata: tour met
gids
bilingue: tweetalig
imbarco: inscheping
inclusi nel prezzo: in de
prijs inbegrepen
includere (p.p. incluso):
inbegrepen zijn
pullman, il: bus
a scelta: naar keuze
al di fuori di...: behalve de
...
bevanda: drankje
in caso di...: in het geval
van
impossibilità:
onmogelijkheid
alcuno: enkel
importo: bedrag
Quaderno degli esercizi
5
argento: zilver
6
riservato: teruggetrokken
9
presuntuoso: hooghartig,
verwaand
stancante: vermoeiend
13
in classifica: op de ranglijst
Edizioni Edilingua
19
atteggiamento: houding,
gedrag
21
*collaboratore:
medewerker
Test finale
B
a partire da...: vanaf
degustazione: (het)
proeven, proeverij
normanno: van de
Noormannen
eremiti, gli (sg. l’eremita):
kluizenaar
barocco: barok
UNITÀ 4 Un po’ di
storia
Libro dello studente
Per cominciare
1
Rinascimento: Renaissance
Medioevo: Middeleeuwen
2
conquistare: veroveren
invadere (p.p. invaso):
binnenvallen
favola: fabel, sprookje
parlamento: parlement
monarchia: monarchie
4
fondazione: (het) stichten
Romolo: Romulus
uccidere (p.p. ucciso):
vermoorden
Remo: Remus
dittatore: dictator
villaggio: dorp
generale, il: generaal
odiare: haten
Augusto: Augustus
Caligola: Caligula
Nerone: Nero
Marco Aurelio: Marcus
Aurelius
In questa unità...
lontani nel passato: ver in
het verleden
affermare: bevestigen
contraddire (p.p.
contraddetto): tegenspreken
passato remoto: verleden
tijd
remoto: verleden
avverbi di modo:
bijwoorden van
hoedanigheid/wijze
10
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
A1
con il tempo: met het
verstrijken van de tijd
Romani: Romeinen
sconfiggere (p.p.
sconfitto): verslaan
potenza: macht
militare: militair
Impero Romano: Romeinse
Rijk
re, i (sg. il re): koning
divenire (p.p. divenuto):
worden
Asia: Azië
Africa: Afika
senatore: senator
nominare: benoemen
accusare: beschuldigen
cristiani: christenen
incendio: brand
bruciare: (af)branden
saggio: wijs
A3
confondere (p.p. confuso):
door elkaar halen,
tradire: verraden
invidia: jaloezie
incendiare: in de brand
steken
dare retta (a): letten (op),
luisteren (naar)
nemico: vijand
A6
ben cinque secoli: ruim 5
eeuwen
genovese: Genuees
Cristoforo Colombo:
Christopher Columbus
B1
indiscreto: indiscreet
B3
scacchi: schaak, schaken
Gallo: Galliër
a tutti i costi: tegen elke
prijs
pozione: (tover)drankje
magico: magisch
invincibile: onoverwinnelijk
combattere: vechten,
strijden
barbari: barbaren
Mongolia: Mongolië
generoso: gul, ruimhartig
ci conto: ik reken erop
B4
assassinare: vermoorden
procurare: verschaffen
dare in pasto (a): als eten
geven (aan)
leone, il: leeuw
affidare (a): toevertrouwen
(aan)
missione: missie
pericoloso: gevaarlijk
amici del cuore:
hartsvrienden
darsi appuntamento: met
elkaar afspreken
C
c’era una volta: er was
eens
C1
Cappuccetto Rosso:
Roodkapje
buccia: schil
focaccia: focaccia (soort
brood)
bosco: bos
giraffa: giraf
confusione: verwarring
quanto fa sei per otto?:
hoeveel is zes keer acht?
neanche per sogno: niet
eens in je dromen
scalino: traptreden
soldo: muntje
per terra: op de grond
lascia stare: laat (maar)
zitten
gomma da masticare:
kauwgom om op te kauwen
masticare: kauwen
C4
togliere (p.p. tolto):
weghalen
D1
concordia: (tempel van de)
eendracht/harmonie
numeri romani: Romeinse
getallen
D2
linea del tempo: tijdlijn
Costantino: Constantijn
trasferire: overbrengen,
verhuizen
Costantinopoli:
Constantinopel
Visigoti: West-Goten
barbaro: barbaars
Vandali: Vandalen
distruggere (p.p.
distrutto): vernietigen
Longobardi: Longobarden
germanico: germaans
occupare: bezetten
gran parte, la: groot deel
Carlomagno: Karel de Grote
Franchi: Franken
incoronare: kronen (van
koning/keizer)
Edizioni Edilingua
Sacro Romano Impero:
Heilige Romeinse Rijk
sacro: heilig
Normanni: Noormannen
cacciare: (ver)jagen
signore: Heer
Carlo d’Angiò: Karel van
Anjou
città-stato, la: stadstaat
D3
Medici: Medici
salire al potere: aan de
macht komen
potere, il: macht
fiorire: bloeien
raramente (avv.): zelden
avvenire (p.p. avvenuto):
gebeuren, plaats vinden
D4
comunale: gemeentelijk
vitale: vitaal
invasione: invasie
barbarico: van het
barbaarse volk
cessare: ophouden, stoppen
svilupparsi: zich
ontwikkelen
console, il: consul
eleggere (p.p. eletto):
kiezen
nobile: edel
borghese: burgerij
mercante: koopman
contadino: boeren
diritto di voto: stemrecht
diritto: recht
voto: stem
ristringere (p.p. ristretto):
beperken
potente: machtig
entrare in conflitto: in
conflict komen met
conflitto: conflict
Principato: Vorstendom
in mano: in handen
ascesa: opkomst
capo: hoop
trasmettersi (p.p.
trasmesso): overgaan
(van…. op…..)
di padre in figlio: van vader
op zoon
rappresentante:
vertegenwoordiger
espandere (p.p. espanso):
uitbreiden
dominio: heerschappij
sanguinoso: bloederig
amante: liefhebber
corte, la: hof
11
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
abbellire: verfraaien
banchiere, il: bankier
detto il Magnifico: de
Magnifico genaamd
vera e propria: echt en
eigen
lotta: strijd
creazione: creatie
vanno di pari passo: gaan
gelijk op, met gelijke tred
D5
sinceramente (avv.):
eerlijk (gezegd)
ovvio: duidelijk
negare: ontkennen
decisamente (avv.): beslist
fortemente (avv.): sterk,
stevig
difendere (p.p. difeso):
verdedigen
apparente: schijnbaar,
schijnapparentemente (avv.):
ogenschijnlijk
agire: handelen
velocemente (avv.): snel
difficilmente (avv.):
moeilijk
curioso: nieuwsgierig
E2
banchetto: banket
Conosciamo l’Italia
Brevissima storia
d’Italia
Dalle Signorie al
dominio straniero
in lotta: in strijd
intenso: hevig, fel
attività: activiteit,
beweging
divisione: verdeling
provocare: veroorzaken
contendersi (p.p. conteso):
strijden om
distruzione: vernietiging
indipendenza:
onafhankelijkheid
ducato: hertogdom
Stato della Chiesa:
Kerkelijke Staat
Verso l’Indipendenza
verso: richting...., naar
a poco a poco: beetje bij
beetje
fallire: mislukken, failliet
gaan
diplomatico: diplomatiek
conte, il: graaf
primo ministro: premier
coraggio: moed
liberare: bevrijden
proclamare: uitroepen
esercito: leger
Dall’Unità al fascismo
fascismo: fascisme
all’indomani: op de dag na
indomani (avv.): volgende
dag
povertà: armoede
vincitore: winnend,
winnaar
morto: dood, gestorven
tormentare: kwellen
socio-economico: sociaaleconomisch
ventennio: tijdvak van
twintig jaar
fascista: fascistisch, fascist
regime, il: regime, bewind
autoritario: autoritair
antidemocratico: antidemocratisch
violenza: geweld
duce, il: leider, bijnaam
van Mussolini
propaganda: propaganda
consenso: goedkeuring
diffondere (p.p. diffuso):
verspreiden
superiorità: superioriteit
scopo: doel
disastroso: desastreus
alleanza: alliantie
entrata in guerra:
meedoen aan de oorlog
ufficialmente (avv.):
officieel
fucilare: fusilleren
alleati: geallieerden
partigiano: partizaan
Resistenza: verzet
prendere le armi: de
wapens opnemen
armi, le (sg. l’arma):
wapens
nazista: nazist
dovunque (avv.): overal,
alom
perfino (avv.): zelfs
a tavola: aan tafel
tavola: tafel
slogan, lo: slogan
tacere: zwijgen
abolire: afschaffen
stretta di mano: handdruk
vittima, la: slachtoffer
Edizioni Edilingua
Il dopoguerra, il
“boom” economico, gli
“anni di piombo”
dopoguerra, il: na-oorlogse
periode
“anni di piombo”: tijdperk
van het terrorisme van de
jaren ‘70
piombo: lood
ricostruire: heropbouwen
referendum, il:
referendum
elezioni: verkiezingen
realmente (avv.): echt,
werkelijk
democratico: democratisch
tristemente (avv.): op een
trieste manier
rapimento: ontvoering
uccisione: moord
strage, la: aanslag
Tra il XX e il XXI secolo
parole d’ordine: (hier)
modewoorden, wachtwoord
Tangentopoli:
smeergeldaffaires
porta alla luce: brengt aan
het licht
vasto: breed verspreid
corruzione: corruptie
centinaia, le (sg. il
centinaio): honderden
immigrato: immigrant
proveniente (da):
afkomstig (uit)
multietnico: multi-etnisch
moneta unica: enige munt
valuta: valuta, geld
dare inizio: een begin
maken
Albania: Albanië
operazione: operatie
Glossario
dichiarare: verklaren
pubblicamente (avv.):
openbaar
approvazione: goedkeuring
favorevole: gunstig
votazione: (het) stemmen,
stemming
questione: kwestie
violento: gewelddadig
denaro: geld
in cambio di...: in ruil voor
...
illegale: illegaal
abbandonare: verlaten, in
de steek laten
12
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
Autovalutazione
accusa: beschuldiging
mi sa che...: het lijkt mij
dat ...
era: tijdperk, periode
italiano standard:
standaard Italiaans
Appendice grammaticale
parlante: spreker
coinvolgere (p.p.
coinvolto): betrekken,
betrokken zijn
emotivamente (avv):
gevoelsmatig
disinteresse, il:
desinteresse
lontananza: verwijdering
emotivo: gevoelsmatig
soggettivo: subjectief
fiaba: sprookje
letterario: literair,
letterkundig
fatta eccezione: met
uitzondering van
Quaderno degli esercizi
6
severamente (avv.): streng
9
coraggioso: dapper
14
burattino: marionet,
poppenkastpop
16
computer portatile:
draagbare computer, laptop
17
suffisso: achtervoegsel
18
attentamente (avv.): met
aandacht
probabile: waarschijnlijk
21
Meridione, il: Zuiden
23
*latino volgare: vulgair
Latijn, volkslatijn
UNITÀ 5 Stare bene
Libro dello studente
Per cominciare
2
salute, la: gezondheid
3
sonno: slaap
In questa unità...
speranza: hoop
porre condizioni:
voorwaarden stellen
condizione: voorwaarde
proposizione subordinata:
bijzin
proposizione: zin
subordinato: ondergeschikt
A
stressato: gestrest, onder
stress
A1
faccia: gezicht
rigirarsi: zich (om)draaien
ritmo: ritme
frenetico: koortsachtig,
gejaagd
non più di tanto: niet meer
dan normaal/gebruikelijk
fondamentale:
fundamenteel
dubitare: twijfelen
energia: energie
pigro: lui
integratore:
energiedrankje, energiepil,
vitaminepil
A3
senza contare che...: dan
heb ik het nog niet eens
over ...
a meno che...: als (er)
tenminste niet ...
meglio tardi che mai: beter
laat dan nooit
C
mantenersi: zich houden,
blijven
C1
alla rinfusa: door elkaar
fattore: factor
invecchiare: verouderen
fumo: rook
alcolico: alcohol(houdend)
eccesso: overmaat, exces
vita sedentaria: zittend
leven
sedentario: zittend,
sedentair
grassi: vetten
equilibrato: evenwichtig,
uitgebalanceerd
C2
ricavare: verkrijgen
C4
soggettività: subjectiviteit
volontà: wil
stato d’animo:
gemoedstoestand
animo: geest, gemoed
leale: loyaal, eerlijk
Edizioni Edilingua
certezza: zekerheid
oggettività: objectiviteit
ricchi sfondati: schatrijk
C5
in fin dei conti: tenslotte,
per slot van rekening
stanco morto: doodmoe
D
viva la salute: lang leve de
gezondheid!
viva: leve!
D2
istruttore: instructeur
D3
prevalentemente (avv.):
overwegend, voornamelijk
massaggio: massage
sport di squadra:
teamsport
D4
affinché: opdat
D5
congiunzione: voegwoord
benché: hoewel, ondanks
sebbene: hoewel, ofschoon
malgrado: ondanks het feit
dat
purché: mits
a condizione che...: op
voorwaarde dat
a patto che...: op
voorwaarde dat, mits
patto: verdrag,
overeenkomst
tranne: behalve
D6
divorziare: scheiden, uit
elkaar gaan
D7
concordanza: congruentie
E1
stressare: stressen
sotto stress: onder stress
E2
causare: veroorzaken
elaborare: uitwerken
gravidanza: zwangerschap
lite, la: ruzie
E4
graduatoria: ranglijst
E6
effettivamente (avv.):
werkelijk, feitelijk
sotterranei: ondergrondse
ruimtes
merito: verdienste
nobile: edel
appassionato: liefhebber
tifoso: supporter
flauto dolce: blokfluit
13
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
flauto: fluit
supporre (p.p. supposto):
veronderstellen, aannemen
attaccare discorso: een
gesprek starten
attaccare: inzetten,
beginnen
discorso: gesprek
rallentare: vertragen
variazione: variatie
barocco: barok
rendere l’idea: duidelijk
zijn
metafisica: metafysica
via dicendo: enzovoorts
parlare al muro: tegen een
muur praten
concepire: begrijpen
F1
ciclismo: fietssport
pallavolo, la: volleybal
pallacanestro, la:
basketbal
F3
ingrassare: dik
worden/maken
F4
investire: investeren
Conosciamo l’Italia
Lo sport in Italia
sondaggio: onderzoek,
enquête
praticare: beoefenen
finlandese: Fins
svedese: Zweeds
danese: Deens
olandese: Nederlands
portoghese: Portugees
ne è la prova: is het bewijs
ervan
Azzurri: Italiaans nationaal
voetbalelftal
antagonismo: rivaliteit
sostegno: ondersteuning,
hulp
sponsor, lo: sponsor
altrettanti: evenzoveel
praticante: beoefenaar
dilettante: amateur
coprire (p.p. coperto):
bedekken, omvatten
attirare: aantrekken
ciclista: wielrenner
a caccia di...: op zoek
naar....
per merito di...: dankzij
pilota, il: coureur
sostenitore: aanhanger
volante, il: stuur
cavallino: paardje
rampante: steigerend
atletica leggera: atletiek
atletica: atletiek
vittoria: overwinning
Olimpiadi, le: Olympische
Spelen
calcetto: zaalvoetbal
danza: dans(sport)
pesca: vissport
alpinismo: bergbeklimmen
pesi: gewichtheffen
bocce: jeu de boules
pattinaggio: schaatssport
equitazione: ruitersport
sub: duiksport
vela: zeilsport
tiro a segno: schietsport
tiro con l’arco:
boogschieten
arco: boog
campo: veld
misura: afmeting
ginnastica artistica: turnen
ginnastica ritmica:
ritmische gymnastiek
soddisfazione: voldoening,
genoegdoening
l’atleta più titolato: de
atleet met de meeste
prijzen
atleta: atleet
olimpionico: olympisch
disciplina: tak van sport
Glossario
rivalità: rivaliteit
competizione: competitie
ciclistico: de fietssport
betreffende
percorrere (p.p. percorso):
doorlopen
da corsa: bestemd voor
racen
sollevare: optillen, heffen
zampa: hoef
anteriore: de voorkant
betreffende
scalare: beklimmen
arrampicarsi (su): klimmen
op
parete, la: wand
boccia: jeu de boules bal
pallino: balletje
boccino: cochonnet
Autovalutazione
individuale: individueel
pallone, il: bal
immigrazione: immigratie
Edizioni Edilingua
Appendice
grammaticale
ignorare: ontkennen
mi fa piacere: het doet mij
plezier
impressione: indruk
sono di cattivo umore: ik
heb een slechte bui, slecht
humeur
umore: humeur
tifare: supporter zijn van
qualunque: welke dan ook
nocivo: schadelijk
inversione: omkering
Quaderno degli esercizi
1
gesticolare: gesticuleren
2
agitato: opgewonden, druk
3
rilassarsi: zich ontspannen
4
luna di miele, la:
huwelijksreis
7
influenza: griep
9
mal di schiena, il: rugpijn
10
figura: figuur
11
un’ora di anticipo: een uur
eerder, een uur vantevoren
anticipo: vooraf, eerder
17
dietetico: dieetnostalgia: heimwee
nutriente: voedzaam
UNITÀ 6 Andiamo
all’opera?
Libro dello studente
Per cominciare
1
barbiere, il: kapper
In questa unità...
indefinito: onbepaald
A1
libretto: libretto (van een
opera)
detto tra noi: onder ons
gezegd
verso: vers, versregel
dal momento che...:
aangezien
godersi: genieten
in pace: in alle rust
atto: akte, bedrijf (theater)
14
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
A3
i ruoli sono capovolti: de
rollen zijn omgekeerd
capovolgere (p.p.
capovolto): omkeren
accomodarsi: plaatsnemen,
binnenkomen
A5
desueto: ouderwets,
verouderd
di lusso: luxe
A7
quadratino: hokje
B
fenomeno: fenomeen
B1
teatralità: theatraliteit,
overdrevenheid
curiosità: nieuwsgierigheid
coro: koor
ecclesiastico: kerkelijk
canto: gezang
gioventù, la: jeugd
affamato: hongerig
debuttare: debuteren
stagione: seizoen
al di là di...: behalve
brillante: briljant
dramma, il: drama
minaccia: bedreiging
tradimento: verraad
compagno: kameraad,
makker
malattia: ziekte
polmonare: van de longen
emorragia: bloeding
delirare: ijlen
sofferenza: pijn, lijden
personalità:
persoonlijkheid
debutto: debuut
aria: aria, lied (van een
opera)
recital, il: recital,
voordracht
antologia: bloemlezing
apparizione: verschijning
notorietà: bekendheid
socialmente (avv.): sociaal
beneficenza: liefdadigheid
partecipazione: deelname
stella: ster
B2
ostacolo: obstakel
B3
ispirare: inspireren
luccicare: glinsteren
terrazza: terras
schiarirsi: licht worden
sciogliere (p.p. sciolto):
smelten, oplossen
vena: ader
lampara: lichtbak, sleepnet
met lichtbak
scia: kielzog
elica: propeller
dolore, il: pijn
morte, la: dood
lacrima: traan
affogare: verdrinken
mimica: mimiek
scordare: vergeten
voltarsi: zich omdraaien
splendere: schijnen,
schitteren
assai (avv.): (heel) veel
soffocare: stikken
B6
da parte mia: namens mij,
van me
B7
narrare: vertellen
tragico: tragisch
gelosia: jaloezie
manifestare: duidelijk
maken, kenbaar maken
C2
convenire (p.p.
convenuto): gunstig zijn,
het eens zijn
C4
contrariamente (avv.): in
tegenstelling tot
costruzione: bouw,
constructie
C5
completamente (avv.):
volledig, helemaal, geheel
a dirotto: aanhoudend,
hevig
D1
insolito: ongewoon
fischiare: fluiten
palco: podium
sostituto: vervanger
D2
trasmettere (p.p.
trasmesso):
uitzenden
giornale radio, il: het
(radio) nieuws
D3
sceneggiata: vertoning,
toneelstuk
rappresentazione:
voorstelling
prima: première
mondanità: mondaniteit
celeste: lichtblauw
Edizioni Edilingua
gradire: op prijs stellen,
waarderen
vergogna: schaamte
platea: zaal, toeschouwers
primo tempo: eerste
bedrijf
applauso: applaus
fischio: fluit, gefluit
perplesso: perplex,
onthutst
intervallo: pauze
sovrintendente, il:
cultureel inspecteur van het
theater
rincrescimento: spijt
riscaldamento: warmingup, verwarming
intanto (avv.): in de
tussentijd
ripagare: belonen, terug
betalen
performance, la:
performance
accaduto: voorval,
gebeurtenis
buttare: gooien, werpen
di corsa: haastig, snel
rimborso: vergoeding
D4
radiofonico: radioD5
in corsivo:
schuingeschreven
corsivo: schuin, cursief
domattina (avv.): morgen
ochtend
tale: iemand
D6
appieno (avv.): helemaal
seno: boezem, borst
libare: drinken
piuma: veer
mutare: veranderen
amabile: beminnelijk,
aimabel
leggiadro: lieftallig,
bevallig
pianto: gehuil
riso: gelach
menzognero: leugenachtig
misero: ellendig, armzalig
affidarsi: zich
toevertrouwen aan
confidare: toevertrouwen,
vertrouwen op
mal cauto: onvoorzichtig
cauto: voorzichtig
brindare: proosten
prudente: voorzichtig
15
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
D8
mi danno proprio ai nervi:
ze werken op mijn zenuwen
E1
soprano, il: sopraan
orchestra: orkest
E3
botteghino: theaterkassa
o meno: of niet
E5
black out, il: black-out
Conosciamo l’Italia
L’opera italiana
non a caso: niet bij toeval
Gioacchino Rossini
ritirarsi: zich terugtrekken
buffo: grappig, komisch
gazza ladra: ekster
drammatico: dramatisch
Giacomo Puccini
trionfo: triomf, groot
succes
spensierato: onbezorgd
vicenda: gebeurtenis,
voorval
ruotare: draaien
amante: minnaar, minnares
suicidarsi: zelfmoord
plegen
Giuseppe Verdi
ali, le (sg. l’ala): vleugels
dorare: vergulden
ebreo: Joods
prigioniero: gevangen
Risorgimento:
(geschiedenis) perioden van
Italiaanse eenwording
patriottico: patriottisch,
vaderlandslievend
trilogia: drieluik, trilogie
per sbaglio: bij vergissing,
per abuis
sbaglio: vergissing
eroe, l’ (m.): held
opporsi (p.p. opposto): zich
verzetten tegen
camelia: camelia (soort
bloem)
sventura: tegenspoed,
ongeluk
consolare: troosten
vespro: vesper, avonduur
patrioti, i (sg. il patriota):
patriotten
onorare: eren, vereren
lanciare: opperen,
lanceren, slaken
acrostico: letterwoord,
acroniem
destino: lot
ambientare: situeren
commozione: ontroering
spegnersi (p.p. spento):
overlijden, uitgaan, doven
melodramma, il: opera,
melodrama
cavalleria rusticana:
erecode van weleer onder
de Zuid-Italiaanse
boerenbevolking
cavalleria: cavalerie,
ruiterij
rusticano: landelijk, rustiek
questione d’onore:
erezaak
onore: eer
librettista: schrijver van
libretto’s
Glossario
sereno: onbezorgd, helder
preoccupazione: zorg
tematico: thematisch
stilistico: van/over de stijl
sacrificare: offeren,
opofferen
ideale, l’ (m.): ideaal
danno: schade
acronimo: acroniem,
letterwoord
accompagnamento:
begeleiding
Autovalutazione
peggiorare: verslechteren
Appendice grammaticale
esitare: aarzelen
Appendice situazioni
comunicative
B
pianta: plattegrond
contribuire: bijdragen
allestimento:
voorbereiding, organisatie
Quaderno degli esercizi
6
prendersela: ergens
beledigd over zijn
temere: vrezen
10
fare finta (di): net doen
alsof
13
avere cura (di): voor (..)
zorgen
16
fama: roem
17
connettivo: voegwoord
Edizioni Edilingua
entusiasmare: enthousiast
maken
20
conservatorio:
Conservatorium
UNITÀ 7 Andiamo a
vivere in campagna
Libro dello studente
Per cominciare
2
inquinamento:
milieuvervuiling
smog, lo: smog
4
casetta: huisje
In questa unità...
immobiliare: onroerend
goed
ecologia: ecologie
associazione: vereniging
ambientalista:
milieuactivist
agriturismo: vakantie op
een boerderij
A1
inferno: hel
insopportabile:
onverdraaglijk
razza: ras, soort
ecologico: ecologisch
ecologista: ecologist,
milieuactivist
oggigiorno (avv.):
tegenwoordig
A4
a me fa molto comodo: het
komt van pas
irrespirabile: verstikkend
ma che ti è preso oggi?:
wat bezielt je vandaag?
B1
metro quadrato: vierkante
meter
costruzione: bouwwerk,
constructie
riscaldamento autonomo:
centrale verwarming per
wooneenheid
riscaldamento: verwarming
autonomo: zelfstandig,
onafhankelijk
ammobiliare: inrichten,
voorzien van meubels
B2
cucina abitabile:
woonkeuken
abitabile: bewoonbaar
16
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
doppi servizi: dubbele
badkamer/toilet
ripostiglio: berghok
cantina: kelder
termoautonomo: centrale
verwarming per
wooneenheid
recentissimo: zeer recent,
erg nieuw
edificazione: bouw
ampio: wijd, breed
abitativo: bewoonbaar
mq (metro quadro/
quadrato): vierkante
meter
riordinare: opruimen
d’epoca: antiek
monolocale:
eenkamerwoning
arredare: inrichten
angolo cottura, l’ (m.):
kookgedeelte
B4
marmo: marmer
pietra: steen
ceramica: keramiek
cemento: beton
C6
opuscolo: folder
ciclabile: fietspad
combinare: combineren,
samenvoegen
mobilità: mobiliteit
civiltà: beschaving
integrarsi: zich integreren
incoraggiare: aanmoedigen
attuazione: uitvoering
salvaguardare: beschermen
drastico: drastisch, krachtig
inquinante: vervuilend
incremento: stijging
coda: file
multa: bekeuring, boete
introvabile: onvindbaar
rapidamente (avv.): snel
invivibile: onbewoonbaar,
onleefbaar
C8
liberamente (avv.):
vrijwillig
D1
misurare: meten
D2
ambientale: van het milieu
raccolta differenziata:
gescheiden afvalinzameling
differenziare:
onderscheiden, het verschil
bepalen
D3
attuale: actueel,
hedendaags
cortile, il: hof,
binnenplaats
a piedi nudi: op blote
voeten
nudo: bloot
prato: grasveld
respirare: ademen
scordarsi: vergeten
comperare: kopen
catrame, il: teer
erba: gras
criticare: bekritiseren,
kritiek leveren
D5
pallido: bleek
fantasma, il: spook
E1
impazzire: gek worden
eolico: betreffend de wind,
eolisch
geotermico: aardwarmte
idrogeno: waterstof
esperimento: experiment,
proef
elettricità: elektriciteit
alimentare: voeden
biodiesel, il: biodiesel
E2
impatto: botsing, invloed,
effect
occidente, l’ (m.): het
westen
fare la parte del leone: het
leeuwendeel op zich nemen
esaurimento: uitputting
paesi in via di sviluppo:
ontwikkelingslanden
subire: ondergaan,
slachtoffer zijn van
esclusivamente (avv.):
uitsluitend
ecosistema, l’ (m.):
ecosysteem
capacità: vermogen
pianeta, il: planeet
arco: boog, tijdbestek
generazione: generatie
allegramente (avv.): vrolijk
rigenerabile: opnieuw
maakbaar, hernieuwbaar
all’infinito: tot in het
oneindige
infinito: oneindig
prossimo al collasso:
collasso: op de rand van
instorting
umanità: mensheid
Edizioni Edilingua
costringere (p.p.
costretto): dwingen,
verplichten
imbarcarsi: aan boord gaan
sopravvivere (p.p.
sopravvissuto): overleven
E3
effetto serra:
broeikaseffect
effetto: effect
serra: kas
spreco: verspilling
riciclare: recyclen,
hergebruiken
E5
single: single
scoraggiarsi: de moed
verliezen
F1
danneggiare: beschadigen
rinnovabile: hernieuwbaar
sprecare: verspillen
proteggere (p.p. protetto):
beschermen
in via d’estinzione: met
uitsterven bedreigd
estinzione: uitsterven
F2
al sicuro: veilig, in
veiligheid
F5
agenzia immobiliare:
makelaarskantoor
F6
scienziato: wetenschapper
priorità: prioriteit
Conosciamo l’Italia
Gli italiani e l’ambiente
L’agriturismo
agricolo: landbouwfattoria: boerderij
gradualmente (avv.):
geleidelijk
condividere (p.p.
condiviso): delen
nel corso di...: in de loop
van
a contatto con...: in
aanraking met, in contact
met,
contatto: contact,
aanraking
coltivare: verbouwen, telen
allevamento: veehouderij,
fokkerij
agrituristico: van de
vakantie bij een boerderij
molteplice: meervoudig
ristorazione: catering
17
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
didattico: didactisch
scolaresca: schoolklas
degustazione: het proeven
in crescita: in stijging
crescita: stijging
salvaguardia: behoud,
bescherming
rurale: plattelands
permanenza: verblijf
soggiornare: verblijven
imitare: nadoen
trattenere: vasthouden,
tegenhouden
Legambiente
tutela: behoud,
bescherming
difesa: bescherming
quotidianamente (avv.):
dagelijks
battaglia: strijd, slag
affiancare: naast elkaar
zetten
circolo: club, vereniging
campagna: campagne
goletta: schip
volontariato:
vrijwilligerswerk
spiaggia: strand
volontario: vrijwillig
parco nazionale: nationaal
park
coscienza: bewustzijn,
geweten
trekking, il: trekking
ecoturismo: ecotoerisme
paesaggio: landschap
escursionista: deelnemer
aan een excursie
sentiero: pad
Glossario
giudicare: beoordelen,
oordelen
riunirsi: bij elkaar komen,
zich verenigen
iniziativa: initiatief
in funzione di...: ten
behoeve van
sensibilità: gevoeligheid
determinato: bepaald
Autovalutazione
riciclabile: geschikt voor
recycling
esaurirsi: op raken,
uitgeput raken
alluvione: overstroming
riciclaggio: recycling,
hergebruik
Appendice
grammaticale
esperto: deskundig
Appendice situazioni
comunicative
B
delizioso: verrukkelijk
villetta: villaatje
bifamiliare: twee onder
een kap
immediatamente (avv.):
meteen, gelijk
terrazzo: terras
rustico: plattelands
deposito: berghok,
magazijn
allarme, l’ (m.): alarm
casolare, il: huis op het
platteland
divisibile: deelbaar
rifugio: schuilplaats
immergersi (p.p. immerso):
zich onderdompelen
sottotetto: vliering
nucleo: kern
Quaderno degli esercizi
1
aspettarsi: verwachten
2
cucciolo: puppy
3
da morire: heel veel, (in dit
geval: zich dood vervelen)
diffidente: argwanend
4
convegno: congres
8
rifiuti: afval
10
andare in pensione: met
pensioen gaan
indescrivibile:
onbeschrijflijk
11
extraurbano: buiten de
stad
14
urgente: dringend
17
critico: kritisch
18
degrado: verval,
achteruitgang
riciclaggio: recycling,
hergebruik
19
*chimico: chemisch
Edizioni Edilingua
*naturalista: die zich inzet
voor de natuur
*biologo: bioloog
*principe, il: prins
UNITÀ 8 Tempo libero e
tecnologia
Libro dello studente
In questa unità...
congratularsi: feliciteren
disapprovazione: afkeuring
inventore: uitvinder
A1
stufo: beu, moe (essere
stufo di: genoeg hebben
van)
effetti: effecten
isolarsi: zich isoleren,
uitzonderen
estroverso: extrovert, open
socievole: sociaal
superficiale: oppervlakkig
c’entra: het heeft ermee te
maken (centrarci: er mee
te maken hebben)
pub, il: pub
realtà virtuale: virtuele
realiteit, virtual reality
virtuale: virtueel
a proposito: wat betreft
A5
riguardante: betreffend
A8
miliardario: miljardair
cieco: blind
lira: oude Italiaanse
munteenheid
miliardo: miljard
pensione: pensioen
lotteria: loterij
B1
reazione: reactie
B2
approvare: goedkeuren
B5
avvisare: waarschuwen
C3
segnalare: signaleren,
aangeven
megafono: megafoon
utente: gebruiker
imporre (p.p. imposto):
vereisen, voorschrijven
fase, la: fase
pionieristico: pioniersfrutto di...: resultaat,
gevolg van
18
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
consentire: toestaan,
(ver)gunnen
dichiarazione d’amore:
liefdesverklaring
dichiarazione: verklaring
cerimonioso: overdreven
beleefd
Ch.imo (Chiarissimo):
hooggeleerd
grottesco: grotesk
disegnino: kleine
tekeningen
canzoncina: liedjes
in confidenza:
confidentieel, vertrouwelijk
confidenza:
vertrouwelijkheid
punire: straffen
rassicurazione:
geruststelling
chiocciolina: at,
apenstaartje
rifilare: aansmeren
eccessivo: overdreven
sintassi, la: zinsbouw,
syntaxis
ortografia: spelling
perdonabile: te vergeven
virgolette:
aanhalingstekens
C5
indovinare: raden
abuso: misbruik
incollato: geplakt, gelijmd
dipendenza:
afhankelijkheid
patologia: pathologie,
ziekteleer
terapia: therapie
C6
tribunale, il: tribunaal
condannare: veroordelen
circostante: omliggend
curare: behandelen,
verzorgen
disintossicazione: het
afkicken, ontgiftiging
C7
ci sentiamo: tot horens
pleonastico: overbodig,
pleonastisch
D1
pagina web: website
promozionale: reclame-,
verkoopcontrattuale: contractueel
ricaricare: opladen
assistenza: hulp, helpdesk
ricaricabile: oplaadbaar
videochiamata:
videotelefoontje
videominuto: videominuut
attivare: activeren
attivazione:
inwerkingstelling, activering
attivabile: te activeren
riacquistabile: verkrijgbaar
riacquistare: verkrijgen,
kopen
accedere: toegang hebben
tot
pubblicizzare: reclame
maken
D3
scommettere (p.p.
scommesso): wedden
D4
pesare: wegen
batteria: batterij
D5
individualmente (avv.):
los, apart
squillare: rinkelen,
overgaan
accorto (inf. accorgersi):
gemerkt (volt.dw. van
merken)
digerire: verteren
cosina: dingetje
essere alle prese con...: te
maken hebben met
essenza: essentie
squillo: gerinkel, (het)
overgaan
bloccarsi: blokkeren, vast
zitten
scostumato: onbeleefd
giustificare:
rechtvaardigen, verdedigen
disturbo: overlast
arrecare: toebrengen,
berokkenen
giovanotto: jongeman
partecipe: deelnemend
aan/in
approfittare: profiteren
van, gebruik maken van
piazzare: zetten, plaatsen
salutino: groet
pressappoco (avv.): om en
nabij
E1
stampante, la: printer
lettore cd, il: cd speler
altoparlante, l’ (m.):
luidspreker
processore: processor
memoria: geheugen
cavo: kabel
Edizioni Edilingua
filo: draad
allegato: bijlage
E2
griglia: schema
tasto: kop, toets
E4
certificato: diploma,
certificaat
suoneria: ringtoon
giustificarsi: zich
verontschuldigen
Conosciamo l’Italia
Scienziati e inventori
italiani
contributo: bijdrage
progresso: vooruitgang
Galileo Galilei
fondatore: stichter
sperimentale:
experimenteel
meccanica: mechanisch
termoscopio: thermoscoop
ideare: bedenken,
verzinnen
compasso: passer
perfezionare:
perfectioneren,
vervolmaken
telescopio: telescoop
satellite, il: satelliet
Giove: Jupiter
macchie solari:
zonnevlekken
macchia: vlek
solare: van de zon
microscopio: microscoop
astronomico: astronomisch
Copernico: Copernicus
universo: universum, heelal
inquisizione: Inquisitie
carcere, il: gevangenis
rinnegare: afvallen,
verloochenen
copernicano: van
Copernicus
Alessandro Volta
volt, il: volt
unità di misura:
maateenheid
cattedra di fisica: leerstoel
fysica
cattedra: leerstoel
elettroforo: instrument om
elektrische ladingen te
verzamelen
accumulare: ophopen,
verzamelen
carica: lading
pratico: praktisch
19
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
Antonio Meucci
brevettare: octrooi
verkrijgen op
causa: rechtszaak
Guglielmo Marconi
intuire: aanvoelen,
doorhebben
onda: golf
elettromagnetico:
elektromagnetisch
trasmittente: zender,
seinapparaat
ricevente: ontvanger
impressionante:
indrukwekkend
radiotelegrafico:
radiotelegrafisch
Atlantico: Atlantische
Oceaan
dedicarsi (a): zich wijden
aan
perfezionamento:
vervolmaking
radiotelegrafia:
radiotelegrafie
praticamente (avv.):
feitelijk, in de praktijk
giustamente (avv.): terecht
influenzare: beïnvloeden
decisivo: beslissend,
doorslaggevend
scienza: wetenschap
definitivamente (avv.):
definitief
telegrafo: telegraaf
senza fili: draadloos
Leonardo da Vinci
elicottero: helikopter
ricostruzione: herstel,
wederopbouw
Glossario
intelligenza: intelligentie
circonferenza:
cirkelomtrek
eretico: eretisch
brevetto: octrooi, brevet
Autovalutazione
installazione: installatie
clic, il: klik
Appendice
grammaticale
talvolta (avv.): soms
lamentoso: klaaglijk,
zeurderig
Appendice situazioni
comunicative
B
prospetto: overzicht
continuo: aanhoudend,
constant
esercitazione: oefening
immediato: direct
concetto: concept
padronanza: beheersing
partecipante: deelnemer
motore di ricerca, il:
zoekmachine
motore: motor
sicurezza: zekerheid
grafico: grafisch
formattazione: (het)
formatteren
modifica: verandering
gestione: leiding, bestuur
virus, il: virus
navigazione: (het) surfen
(op Internet)
formato: formaat
multimedialità:
multimedialiteit
opzione: optie
diurno: dag-, overdag
pomeridiano: middagquota: bijdrage
comprendente: bevattend
attestato di frequenza:
verklaring dat iemand de
lessen gevolgd heeft
attestato: verklaring,
bewijs
Quaderno degli esercizi
1
connessione: verbinding
5
mi gira la testa: ik ben
duizelig, draaierig
6
ciecamente (avv.):
blindelings
9
applicazione: applicatie
dotare: voorzien van
mi gira la testa: ik ben
duizelig, draaierig
16
*al plasma: plasma*all’avanguardia:
vooroplopend,
vooruitstrevend
*avanguardia: avant-garde
*collegarsi: zich in
verbinding stellen, contact
maken
*contemporaneamente
(avv.): tegelijkertijd
*memorizzare: onthouden,
opslaan in het geheugen
Edizioni Edilingua
UNITÀ 9 L’arte... è di
tutti!
Libro dello studente
Per cominciare
1
liuto: luit (mus.instrument)
Venere, la: Venus
3
meravigliarsi: zich
verwonderen
rubare: stelen
arrestare: aanhouden,
arresteren
guardiano: bewaker
fuggire: vluchten
In questa unità...
forma passiva: lijdende
vorm
passivo: passief, lijdend
passivante: passieverend
A1
restauro: restauratie,
herstel
Dio mio!: mijn God!
a quanto pare: zo te zien
chi si è visto si è visto: en
dan zien we wel
cifra: bedrag
imprenditore: ondernemer
commissionare: bestellen,
opdracht geven voor
custode: bewaker,
conciërge
interrogare: ondervragen
sullo sfondo: op de
achtergrond
sfondo: achtergrond
A2
sorprendere (p.p.
sorpreso): verrassen
incredibilmente (avv.):
ongelofelijk
scappare: vluchten
A3
riprendere (p.p. ripreso):
(hier) filmen, opnemen
clamoroso: sensationeel,
geruchtmakend
inviato: verslaggever
inestimabile: onschatbaar
Beni culturali: Culturele
goederen, Cultuur
bene, il: goed
al riguardo: wat dat betreft
A4
che fine hanno fatto...?:
waar zijn ze gebleven
A6
forma attiva: actieve vorm
20
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
dipingere (p.p. dipinto):
schilderen
zoo: zoo, dierentuin
concentrare: focussen,
richten
A7
comprensibile: begrijpelijk
collezionista: verzamelaar
inaugurare: openen,
inaugureren, inwijden
condurre (p.p. condotto):
leiden
A8
fabbricare: maken,
fabriceren
B2
assicurare: verzekeren
B4
risalire: achterhalen
viaggiatore: reiziger
B5
al più presto: zo snel
mogelijk, zo spoedig
mogelijk
B6
didascalia: onderschrift
scolpire: beeldhouwen
collocare: zetten,
neerzetten
affrescare: met fresco’s
beschilderen
volta: gewelf
affresco: fresco
giudizio universale: laatste
oordeel
universale: universeel,
algemeen
risistemazione:
herinrichting
cupola: koepel
figura: figuur
biblico: bijbels
giudice: rechter
riemergere (p.p. riemerso):
(weer) te voorschijn komen,
(weer) boven water komen
autentico: authentiek,
echt,
condanna: veroordeling,
vonnis
definitivo: definitief
peccatore: zondaar
C2
finanziare: financieren,
bekostigen
gigante, il: reus
raffigurare: afbeelden
appariscente: opvallend,
opzichtig
semiaffondato:
halfgezonken
giacere: liggen
C4
riformulare: herformuleren
merce, la: goederen
quanto prima: zo snel
mogelijk
C5
annunciazione: (Maria)
aankondiging
adorazione: aanbidding
(door de Wijzen)
magi, i (sg. il magio):
Wijzen (uit het Oosten)
incompiuto: onvoltooid
al servizio di...: in dienst
van
scultore: beeldhouwer
scenografo:
decorontwerper
roccia: rots
enigmatico: raadselachtig
avanzare: aanvoeren
ammiratore: bewonderaar
applicare: toepassen
tecnica: techniek
sfumato: clair-obscur
chiaroscuro: clair-obscur
sperimentazione: (het)
experimenteren
anatomia: anatomie
astronomia: astronomie
idraulica: hydraulica
ottica: optica
carro armato: tank
rivoluzionario:
revolutionair
manoscritto: manuscript
schizzo: schets
pittura: schilderij
apostolo: apostel
Gesù: Jezus
D1
etichetta: label, etiket
divano tre posti:
driezitsbank
a partire da...: vanaf, om
te beginnen met
bontà: goedheid
stagionare: laten rijpen
confezionare: verpakken,
inpakken
D4
versione: versie
rondine, la: zwaluw
gallo: haan
topo: muis
confessare: opbiechten
Edizioni Edilingua
nuocere (p.p.
nociuto/nuociuto): schaden
appetito: trek, eetlust
buoi, i (sg. il bue): ossen
panni: was
D7
sacrificio: offer
E1
per natura: van aard
lupa: wolvin
lupetto: welpje
disperazione: wanhoop
ammazzare: doden
mordere (p.p. morso):
bijten
grotta: grot
laggiù (avv.): daarginds
materasso: matras
petto: borst, boezem
mi mise una pulce
nell’orecchio: prikkelen,
argwaan wekken
pulce, la: vlo
morso: beet
bene, il: goed
ebbene: nou dan
religione: religie
F1
astratto: abstract
F2
natura morta: stilleven
ritratto: portret
F5
riproduzione: reproductie,
kopie
Conosciamo l’Italia
L’arte in Italia
movimento: beweging
Dal 1600 a oggi
reggia: Koninklijk paleis
nomi di spicco:
vooraanstaande namen,
vooraanstaand persoon
spicco: belang, gewicht
conversione: bekering
esercitare: uitoefenen
realista: realistisch
impegnato: geëngageerd
caratteristico:
karakteristiek
allungare: langer maken,
verlengen, uitrekken
lineare: lineair, rechtlijnig
risentire (di): onder de
invloed staan van, de
gevolgen ondervinden van
cubismo: kubisme
futurista: futurist
continuità: continuïteit
21
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
retro: achterkant
L’arte contemporanea
è... a portata di mano!
contemporaneo:
hedendaags
a portata di mano: binnen
handbereik
predecessore: voorganger
su commissione: in
opdracht
commissione: opdracht,
commissie
grattacielo: wolkenkrabber
estetica: esthetiek
degno: waardig, verdiend
eredità: erfenis
designer: designer,
ontwerper
sinuoso: gewelfd,
kronkelig, bochtig
scheggia: scherf
pendolino:
hogesnelheidstrein
futurismo: futurisme
Glossario
dinamismo: dynamiek
lodare: prijzen, loven
curva: bocht
ondulato: golvend
Autovalutazione
riallacciarsi: weer
aansluiten bij
Appendice
grammaticale
per corrispondenza: per
post
perifrastico: omschrijvend,
perifrastisch
Appendice situazioni
comunicative
suddividere (p.p.
suddiviso): onderverdelen
splendidamente (avv.):
schitterend
allestire: organiseren,
inrichten
offuscare: verduisteren
tramonto: zonsondergang
combattimento: gevecht
cruento: bloederig
gladiatore: gladiator
feroce: wild, woest
cumulativo: totaal,
gecombineerd
validità: geldigheid
cripta: crypte
tomba: graf
visitatore: bezoeker
Quaderno degli esercizi
1
commettere (p.p.
commesso): begaan
inseguire: achtervolgen
6
antiquario: antiekhandelaar
restaurare: restaureren
8
confortevole: comfortabel
10
eseguire: uitvoeren
13
apposito: daarvoor bestemd
14
pinacoteca: museum,
schilderijenverzameling
15
casco: helm
proibire: verbieden
UNITÀ 10 Paese che vai,
problemi che trovi
Libro dello studente
Per cominciare
1
tizio: een of andere vent
porta blindata:
gepantserde deur
blindato: gepantserd,
geblindeerd
4
mascherare: maskeren,
verbloemen
In questa unità...
discorso diretto: directe
rede
discorso indiretto:
indirecte rede
A1
capitare: gebeuren
questura: hoofdbureau van
de politie
evidentemente (avv.):
blijkbaar
assurdo: absurd
all’opera: aan de slag
camion, il: vrachtwagen
trasloco: verhuizing
travestirsi: zich verkleden,
zich vermommen
facchino: kruier, verhuizer
che faccia tosta!: wat
brutaal!wat ombeschaamd!
tosto: hard, stoer, koppig
umidità: (lucht)vochtigheid
portone, il: voordeur (van
het gebouw)
Edizioni Edilingua
colmo: toppunt
tranquillamente (avv.):
rustig
A3
disperato: wanhopig,
radeloos
toh: goh!
gentilmente (avv.):
vriendelijk
gentiluomo: heer,
gentleman
A6
passaggio: passage
cambiamento: verandering
permanere (p.p. permaso):
voortduren, blijven
B1
messa: mis
fare la comunione:
communie ontvangen
comunione: communie
vorrebbe dargliele: hij/zij
zou hem willen slaan
bastone, il: stok
bimbo: kind
arrendersi (p.p. arreso):
zich overgeven, zich
gewonnen geven
rispetto: respect
B2
droga: drugs, verdoving
middel
razzismo: racisme
aborto: abortus
divario: verschil, kloof
B4
infischiarsene: lak hebben
aan, aan zijn laars lappen
B6
indicatore: tijd en
ruimteaanduiding
C2
statistico: statistisch
tossicodipendente:
drugsverslaafde
in cura: onder behandeling
comunità: afkickcentrum,
gemeenschap,
laico: niet kerkelijk
C3
con me hai chiuso: ik wil
niets meer met jou te
maken hebben
C5
fatica: moeite
affetto: genegenheid,
liefde
struttura: structuur,
instantie
rimandare: uitstellen
22
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
diminuire: verminderen
via d’uscita: uitweg
malavita: onderwereld
traffico: verkeer
stupefacente, lo:
verdovingmiddel, drug
una volta per tutte: voor
eens en altijd
presidenza: premierschap,
presidentschap,
voorzitterschap
consiglio dei ministri:
ministerraad
stanchezza: vermoeidheid
sforzo: inspanning, moeite
spaccio: verkoop, dealen
D1
arresto: aanhouding,
arrestatie
prigione, la: gevangenis
delinquente: misdadiger,
crimineel
rapina: overval
spacciatore: drugsdealer
pena: straf
D2
CENSIS: Italiaans Centraal
Bureau voor de Statistiek
zingaro: zigeuner
microcriminalità: kleine
criminaliteit
criminale: crimineel
reato: wetovertreding
insicurezza: onzekerheid
D3
punizione: straf
evadere (p.p. evaso):
ontsnappen (uit de
gevangenis), vluchten
arresti domiciliari:
huisarrest
domiciliare: huiselijk
convivenza: (het)
samenleven, samenwonen
caserma: kazerne
maresciallo: sergeant,
maarschalk
militare: militair
evasione: ontsnapping
scontare: (een straf)
uitzitten
domicilio: woonplaats,
verblijfplaats
galera: gevangenis
E1
rifarsi una vita: opnieuw
beginnen
primo ’900: begin 1900
E2
vu’ cumprà, il: (allochtone)
straatverkoper
affettuoso: liefdevol,
hartelijk
conciliare: op elkaar
afstemmen, combineren
compatrioti, i (sg. il
compatriota): landgenoten
ammucchiare: ophopen,
opstapelen
piroscafo: (stoom)boot
offesa: belediging
sbarcare: aan land gaan,
van boord gaan
fibra: karton
bottiglione, il:
tweeliterfles
brillantina: brillantine,
haarcreme
lucido: glimmend, glanzend
sceicco: sjeik
obolo: kleine gift
accendino: aansteker
lavavetri, il: ruitenwasser
crudeltà: wreedheid
alla ventura: aan hun lot
overlaten
ventura: toeval, lot, geluk
E3
selezionare: selecteren,
parola chiave: sleutelwoord
emigrato: emigrant
immigrare: immigreren
E4
odierno: hedendaags
E5
allenatore: trainer
F2
calo: daling
F3
incinta: zwanger
disgrazia: ongeluk,
tegenspoed
dittatura: dictatuur
omicidio: moord
assassinio: moord
sfida: uitdaging
annoiare: vervelen
battersi: vechten
avvertire: waarschuwen
vuoto: leegte
umiliazione: vernedering
violentare: verkrachten
buio: (het) donker
servirsi (di): gebruik maken
van
sguardo: blik
malvagio: gemeen, slecht
schiavitù, la: slavernij
Edizioni Edilingua
ingiustizia: onrecht
muscolo: spier
saldo: sterk
fardello: last, vracht
tenerezza: tederheid
ordinare: bevelen
prepotente: bullebak,
bazig
F5
parità: gelijkheid
sesso: geslacht, sekse
G1
derivare: afgeleid worden
uit
minacciare: bedreigen
G3
giustizia: justitie
tradizionalista: iemand die
de traditie hoog houdt
G4
immaginario: denkbeeldig
possibilmente (avv.):
mogelijk
Conosciamo l’Italia
Aspetti e problemi
dell’Italia moderna
sottoccupazione: tekort
aan werkgelegenheid
precario: tijdelijk, onzeker
saltuario: onregelmatig
lavoro nero: zwart werk
determinato: bepaald
precludere (p.p. precluso):
belemmeren, uitsluiten
in definitiva: al met al, ten
slotte
profondo: diep
criminalità organizzata:
georganiseerde criminaliteit
Cosa Nostra: maffia
eclatante: opzienbarend,
opmerkelijk
affondare: diep in iets
steken
radice, la: wortels
corrompere (p.p. corrotto):
omkopen
omertà: stilzwijgen,
geslotenheid
boss: baas
mafioso: van de maffia
pentito: spijtoptant
pentirsi: brouw hebben,
spijt hebben
radicarsi: zich vastzetten
camorra: Napolitaanse
maffia
’ndrangheta: maffia uit
Calabrië
23
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
Sacra Corona Unita: maffia
uit Apulië
paese delle meraviglie:
wonderland
meraviglia: wonder
clandestino: illegaal
rigoroso: streng, rigoureus
istituzione: institutie,
instelling
sanitario: gezondheids-,
van de zorg
preoccupante: zorgelijk
crescente: groeiende
pensionato:
gepensioneerde
tutt’altro che...: alles
behalve
ottimistico: optimistisch
tendenza: tendens
leggermente (avv.):
lichtelijk
invertirsi: omkeren
temporaneo: tijdelijk
processo: proces
profugo: vluchteling
salario: salaris
scoraggiare: ontmoedigen
asiatico: Aziatisch
Glossario
provvisorio: tijdelijk
incerto: onzeker
impedire: belemmeren
ostacolare: hinderen,
belemmeren
risiedere: wonen,
verblijven
illegalmente (avv.): illegaal
inserirsi: zich aanpassen,
zich voegen bij
Autovalutazione
francamente (avv.): eerlijk
maleducato: onbeleefd,
onbeschoft
severo: streng
trullo: typisch rond gebouw
uit Apulië
Appendice
grammaticale
conseguenza: gevolg
enunciazione:
uiteenzetting
invariato: ongewijzigd,
onveranderd
Quaderno degli esercizi
9
animalista:
dierenrechtenactivist
maleducato: slecht
opgevoed
pacifista: pacifist
12
tenerci: waarde echten
aan, op prijs stellen
13
effettuare: uitvoeren,
maken
14
fare i conti: met iem/iets
afrekenen
insultare: beledigen
intolleranza: intolerantie
xenofobo: xenofoob
17
precariato: tijdelijke
overeenkomst
dignità: waardigheid
UNITÀ 11 Che bello
leggere!
Libro dello studente
Per cominciare
1
commissario: commissaris
anonimo: anoniem
principe, il: Prins
tiranno: tiran
saggio: essay
3
segno zodiacale:
sterrenbeeld
zodiacale: zodiakaal,
dierenriemastrologia: astrologie
In questa unità...
oroscopo: horoscoop
parole alterate:
verkleinende en
vergrotende woorden
alterare: aantasten,
verdraaien, vervalsen
A
gemelli: Tweelingen
A1
confuso: in de war
ariete, l’ (m.): Ram
guastare: bederven,
beschadigen
cancro: Kreeft
è nato sotto il segno del...:
hij is geboren onder het
teken van(dierenriem)
vergine, la: Maagd
A3
sorridere (p.p. sorriso):
glimlachen
Edizioni Edilingua
chiaro e tondo: ronduit
pesci: Vissen
resistere (p.p. resistito):
weerstand bieden,
volhouden
impermeabile: waterdicht
A5
simultaneo: gelijktijdig
A6
rimproverare: een
uitbrander geven, een
standje geven
promozione: promotie
B
di che segno sei?: welk
sterrenbeeld ben jij?
B1
capricorno: Steenbok
B2
passionalità: hartstocht
toro: Stier
semplicità: eenvoud
paziente: geduldig
sensibile: gevoelig
parole a doppio senso:
woorden met dubbele
betekenis
sognatore: dromerig
zodiaco: zodiak, dierenriem
esibire: tonen, pronken
met
esteriore: uiterlijk
interiore: innerlijk
seducente: verleidelijk
puntualità: stiptheid,
punctualiteit
altruismo:
onbaatzuchtigheid,
altruïsme
bilancia: Weegschaal
in compenso: aan de
andere kant
creativo: creatief
tollerante: tolerant
scontro: botsing
scorpione, lo: Schorpioen
provocatore: provocateur
ambizioso: ambitieus,
eerzuchtig
catturare: gevangen
nemen, vangen
riprendersi (p.p. ripreso):
er weer bovenop komen,
zich herstellen
sagittario: Boogschutter
buon umore: goed humeur
fidanzamento: verloving
concreto: praktisch
a lungo: voor lange tijd
ringiovanire: jonger maken
24
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
acquario: Waterman
eccentrico: excentriek
fantasioso: fantasierijk
stupire: verbazen
razionalità: verstand
imprevedibile:
onvoorspelbaar
B4
esclamativo: uitroepcompilare: invullen
modulo: formulier
in continuazione:
voortdurend
sintomo: symptoom
di mezzo: in het midden
B5
non penso che a lui: ik
denk alleen aan hem
C1
corrente, la: stroming
narratore: verteller
indifferente: onverschillig
ribaltare: kantelen, op zijn
kop zetten
ottimismo: optimisme
propagandare: propageren
borghesia: burgerij,
bourgeoisie
privo di...: zonder
noia: verveling
coniugale: echtelijk
borghese: burger,
bourgeois
orientarsi: zich oriënteren
psicoanalisi, l’ (f.):
psychoanalyse
giocoso: vrolijk, komisch
unirsi: zich aansluiten bij
ragno: spin
visconte, il: Burggraaf
dimezzare: halveren, in
tweeën delen
barone, il: Baron
cavaliere, il: ridder
inesistente: denkbeeldig
antenato: voorouder
definire: beschrijven,
definiëren
parodia: parodie
cavalleresco: ridder-,
ridderlijk
allusione: zinspeling,
toespeling
fiabesco: fabelachtig
invisibile: onzichtbaar
liberazione: bevrijding
C3
sorridente: glimlachend
C5
laser, il: laser
D2
basarsi (su): zich baseren
op
oggettivo: objectief
relativo: relatief,
betrekkelijk
costante: voortdurend
mentire: liegen
ingannare: bedriegen
crearsi illusioni: zich
illusies maken
illusione: illusie
milionario: miljonair
riconoscere: erkennen,
herkennen
D3
compagnia: gezelschap
copione, il: script
mercato nero: zwarte
markt
arricchirsi: zich verrijken
fare l’amore: vrijen, de
liefde bedrijven
soldato: soldaat
tolleranza: tolerantie
sipario: doek, toneelgordijn
furioso: woest, hevig
irrefrenabile: onstuitbaar,
niet te remmen
palcoscenico: toneel
berretto: baret
a sonagli: met belletjes
sonaglio: (rinkel)belletje
D4
teatrino: poppenkast
librone: dik boek
ragazzaccio: kwajongen
D5
modificare: wijzigen,
veranderen
terminazione: uitgang
alterazione: woordvorming
d.m.v. vergrotende/
verkleinende/ liefkozende
uitgang
dimensione: grootte,
omvang
diminutivo: verkleinend
accrescitivo: vergrotend
peggiorativo:
verslechterend
dispregiativo: minachtend
parolaccia: scheldwoord
vezzeggiativo: liefkozend
E1
libraio: boekhandelaar
E3
storicamente (avv.):
historisch gezien
Edizioni Edilingua
bene o male: bewust of
onbewust
invogliare: stimuleren tot,
aansporen tot
confrontarsi: zich meten
met
lettura: lectuur
casa editrice: uitgeverij
E5
tendere (a): streven naar
narrazione: vertelling,
verhaal
intreccio: plot
memoria: geheugen,
herinnering, memoires
biografia: biografie
e via via: geleidelijk,
langzamerhand
disdegnare: minachten,
verachten
tomo: pil (dik boek)
adesione: aansluiting
appassionante: pakkend,
spannend, boeiend
casuale: toevallig
gradevole: aangenaam
accostarsi: gaan staan
naast
sensazione: gevoel
accessorio: bijkomend,
bijkomstig
decorativo: decoratief,
voor de sier
impegnare: aan het werk
zetten, bezig houden,
boeien
abbronzato: gebruind
materassino: luchtbedje
cenno: gebaar
vago: vaag, onduidelijk
riabbassare: opnieuw
neerslaan
proseguimento:
voortzetting
d’un fiato: in één ruk
fiato: adem
capo: hoofd
amaro: bitter
staccarsi: losgaan, loslaten
minaccioso: bedreigend
voluminoso: omvangrijk
F1
tipografo: drukker
impaginare: de lay-out
maken van
redattrice: redactrice
editore: uitgever
grafico: graficus
Conosciamo l’Italia
25
Nuovo Progetto italiano 2
WOORDENLIJST
La letteratura italiana
in breve
1300
divino: goddelijk
punto di riferimento:
referentiepunt
1500
poema, il: dichtwerk
addio: vaarwel
epica: epische poëzie
1700
locandiera: gastvrouw,
vrouwelijke herbergier
servitore: bediende
padrone, il: eigenaar, baas
1800
esaltare: verheerlijken
ostile: vijandig
prosa: proza
Verismo: Verisme (literaire
stroming)
analitico: analytisch
esito: resultaat
ugualmente (avv.): op
dezelfde wijze
pessimistico: pessimistisch
1900-1950
dare vita (a): (iets) in het
leven roepen,
illustre: vermaard
narrativa: verhalend proza
1950-2000
menzogna: leugen
sortilegio: tovenarij
anima mundi: (Latijn) ziel
van de wereld
anima: ziel
I premi Nobel
assegnare: toekennen
romanziera:
romanschrijfster
osso: bot
seppia: inktvis
a sorpresa: onverwachts
satirico: satirisch
accidentale: toevallig,
onvoorzien
anarchico: anarchist
promozione: reclame
Glossario
eroico: heroïsch
caratterizzare: kenmerken
sentimento: gevoel
falsità: valsheid
magia: magie
incantesimo: betovering
1
mansione: taak, functie
3
scultura: sculptuur
4
mancante: ontbrekend
compito in classe:
schriftelijke overhoring
irresponsabile:
onverantwoord
non posso dargli tutti i
torti: ik kan hem niet
helemaal ongelijk geven
rimpiangere (p.p.
rimpianto): het betreuren
5
urgente: dringend
ladruncolo: kruimeldief
portiera: conciërge,
vrouwelijke portier
duramente (avv.): hard
onestamente (avv.): eerlijk
7
competente: deskundig
bagnarsi: nat worden
memorizzare: onthouden
8
disordinato: slordig
Quaderno degli esercizi
3
essere a conoscenza (di):
op de hoogte zijn (van)
8
recensione: recensie
17
dettaglio: detail
Appendice
grammaticale
ossia: oftewel
assistente: assistent
vincente: winnend
Appendice situazioni
comunicative
A
avvincente: boeiend,
spannend
saggistica: essayistiek
individuo: individu
filosofico: filosofisch
complesso ingewikkeld,
gecompliceerd
linguistica: linguïstiek
spunto: idee, uitgangspunt
ombrellone: parasol
B
stupirsi: zich verbazen
sempreverde:
groenblijvend
ironia: ironie
paradosso: paradox,
ongerijmdheid
impegnativo: moeilijk,
ingewikkeld
Autovalutazione
pseudonimo: pseudoniem
Autovalutazione generale
Edizioni Edilingua
26
Scarica

traduzione della Prof